Baytril 10% Opl Inj Fl 100ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Baytril 10% Opl Inj Fl 100ml

  € 141,40
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Speciale waarschuwingen: Kruisresistentie is aangetoond tussen enrofloxacine en andere (fluoro)quinolonen in doelpathogenen, bv. Escherichia coli. Gebruik van het diergeneesmiddel dient zorgvuldig overwogen te worden indien gevoeligheidsbepalingen resistentie voor fluoroquinolonen hebben aangetoond, aangezien de werkzaamheid verminderd kan zijn. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Het gebruik van het diergeneesmiddel dient plaats te vinden op grond van identificatie en gevoeligheidsbepalingen van de doelpathogeen/-pathogenen. Als dit niet mogelijk is, dient de behandeling gebaseerd te zijn op epidemiologische informatie en kennis van de gevoeligheid van de doelpathogenen op bedrijfsniveau, of op lokaal/regionaal niveau. Het diergeneesmiddel dient gebruikt te worden in overeenstemming met het officiële, nationale en lokale beleid ten aanzien van antimicrobiële middelen. Een antibioticum met een lager risico op antimicrobiële resistentieselectie (lagere AMEG categorie) dient gebruikt te worden voor eerstelijnsbehandeling waar gevoeligheidstesten de waarschijnlijke werkzaamheid van deze aanpak suggereren. Een smalspectrum antibioticumbehandeling met een lager risico op antimicrobiële resistentieselectie dient gebruikt te worden voor eerstelijnsbehandeling waar gevoeligheidstesten de waarschijnlijke werkzaamheid van deze aanpak suggereren. Het diergeneesmiddel mag alleen bij individuele dieren worden gebruikt. Het voeren van afvalmelk die residuen van enrofloxacine bevat aan kalveren dient voorkomen te worden tot het einde van de melk wachttijd (behalve tijdens de colostrumfase), omdat het antibioticaresistente bacteriën in de intestinale microbiota van het kalf kan selecteren en de fecale uitscheiding van deze bacteriën kan verhogen. Er zijn degeneratieve veranderingen waargenomen van het gewrichtskraakbeen bij kalveren die gedurende 14 dagen een orale behandeling met 30 mg enrofloxacine/kg lichaamsgewicht kregen. Het gebruik van enrofloxacine bij lammeren in de groei in de aanbevolen dosering gedurende 15 dagen veroorzaakte histologische veranderingen van het gewrichtskraakbeen, die niet gepaard gingen met klinische verschijnselen. Niet gebruiken voor profylaxe. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Personen met een bekende overgevoeligheid voor fluoroquinolonen moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. Vermijd contact met de huid en de ogen. Spatten op de huid en in de ogen onmiddellijk wegspoelen met water. Na gebruik de handen wassen. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik van het diergeneesmiddel. Voorzichtigheid is geboden om accidentele zelfinjectie te vermijden. In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Overige voorzorgsmaatregelen: In landen waar dood vee aan aasetende vogels mag worden gevoerd voor hun instandhouding (zie Besluit van de Commissie 2003/322/EC), moet rekening worden gehouden met het mogelijke risico voor het broedsucces voordat karkassen worden gevoerd van vee dat recentelijk met dit diergeneesmiddel werd behandeld. Dracht en lactatie: Runderen: De veiligheid van het diergeneesmiddel is bewezen bij drachtige koeien tijdens het eerste kwartaal van de dracht. Het diergeneesmiddel mag gebruikt worden bij drachtige koeien tijdens het eerste kwartaal van de dracht. Gebruik van het diergeneesmiddel bij koeien tijdens de laatste 3 kwartalen van de dracht moet gebaseerd worden op een baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Kan tijdens de lactatie worden gebruikt. Schapen en geiten: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Varkens: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Kan tijdens de lactatie worden gebruikt. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Gebruik enrofloxacine niet gelijktijdig met antimicrobiële stoffen die quinolonen antagoneren (bijvoorbeeld macroliden, tetracyclines of fenicolen). Niet gelijktijdig gebruiken met theofylline, omdat de eliminatie van theofylline vertraagd kan zijn. Overdosering: In geval van een accidentele overdosering, kunnen er spijsverteringsstoornissen (bijvoorbeeld braken, diarree) en neurologische stoornissen optreden. Bij varkens werden geen bijwerkingen gerapporteerd na toediening van vijfmaal de aanbevolen dosis. Bij runderen, schapen en geiten werd geen overdosis gedocumenteerd. Bij een accidentele overdosis is geen antidotum beschikbaar en moet de behandeling symptomatisch zijn.

Runderen:

  • Behandeling van infecties van de luchtwegen veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Pasteurella multocida, Mannheimia haemolytica en Mycoplasma spp.
  • Behandeling van ernstige acute mastitis veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van infecties van het spijsverteringskanaal veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van septicemie veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van acute mycoplasmagerelateerde artritis ten gevolge van voor enrofloxacine gevoelige stammen van Mycoplasma bovis bij runderen jonger dan 2 jaar.

Schapen:

  • Behandeling van infecties van het spijsverteringskanaal veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van septicemie veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van mastitis veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Staphylococcus aureus en Escherichia coli.

Geiten:

  • Behandeling van infecties van de luchtwegen veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Pasteurella multocida en Mannheimia haemolytica.
  • Behandeling van infecties van het spijsverteringskanaal veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van septicemie veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van mastitis veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Staphylococcus aureus en Escherichia coli.

Varkens:

  • Behandeling van infecties van de luchtwegen veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Pasteurella multocida, Mycoplasma spp. en Actinobacillus pleuropneumoniae.
  • Behandeling van infecties van het urinewegstelsel veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van postpartum dysgalactiaesyndroom, PDS (MMA-syndroom) veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli en Klebsiella spp.
  • Behandeling van infecties van het spijsverteringskanaal veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.
  • Behandeling van septicemie veroorzaakt door voor enrofloxacine gevoelige stammen van Escherichia coli.

Gebruik enrofloxacine niet gelijktijdig met antimicrobiële stoffen die quinolonen antagoneren (bijvoorbeeld macroliden, tetracyclines of fenicolen). Niet gelijktijdig gebruiken met theofylline, omdat de eliminatie van theofylline vertraagd kan zijn.

Rund, schaap, geit en varken. Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Ontsteking op de injectieplaats1 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Excitatie Circulatoire shock2 Spijsverteringsstoornissen (bv. diarree)3 Anafylaxie (ernstige allergische reactie) Ataxie (incoördinatie), Epileptische aanval, Tremor 1 Bij varkens, na intramusculaire toediening. Kan tot 28 dagen na de injectie aanhouden. 2 Bij runderen, na intraveneuze toediening. 3 Mild en voorbijgaand. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: Mail: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be

Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel, andere fluoroquinolonen of voor één van de hulpstoffen. Niet gebruiken bij dieren met epileptische aanvallen die verband houden met het centrale zenuwstelsel. Niet gebruiken bij bestaande aandoeningen van de kraakbeenontwikkeling of schade aan het bewegingsapparaat rond functioneel belangrijke of gewichtdragende gewrichten. Niet gebruiken bij paarden in de groeifase vanwege mogelijke funeste beschadiging van het gewrichtskraakbeen.

Dracht en lactatie: Runderen: De veiligheid van het diergeneesmiddel is bewezen bij drachtige koeien tijdens het eerste kwartaal van de dracht. Het diergeneesmiddel mag gebruikt worden bij drachtige koeien tijdens het eerste kwartaal van de dracht. Gebruik van het diergeneesmiddel bij koeien tijdens de laatste 3 kwartalen van de dracht moet gebaseerd worden op een baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Kan tijdens de lactatie worden gebruikt. Schapen en geiten: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Varkens: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Kan tijdens de lactatie worden gebruikt.

Intraveneus (i.v.), subcutaan (s.c.) of intramusculair (i.m.) gebruik. Runderen: Eenmaal daags 5 mg enrofloxacine/kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 1 ml/20 kg lichaamsgewicht, gedurende 3–5 dagen. Acute mycoplasma gerelateerde artritis ten gevolge van voor enrofloxacine gevoelige stammen van Mycoplasma bovis bij runderen jonger dan 2 jaar: eenmaal daags 5 mg enrofloxacine/kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 1 ml20 kg lichaamsgewicht, gedurende 5 dagen. Het diergeneesmiddel kan toegediend worden via een trage intraveneuze of subcutane toediening. Acute mastitis veroorzaakt door Escherichia coli: eenmaal daags 5 mg enrofloxacine/kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 1 ml/20 kg lichaamsgewicht, via een trage intraveneuze injectie gedurende twee achtereenvolgende dagen. De tweede dosis kan toegediend worden via de subcutane toedieningsweg. In dit geval is de wachttijd na subcutane injectie van toepassing Er mag niet meer dan 10 ml worden toegediend op één subcutane injectieplaats. Schapen en geiten: Eenmaal daags 5 mg enrofloxacine/kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 1 ml/20 kg lichaamsgewicht, via subcutane injectie gedurende 3 dagen. Er mag niet meer dan 6 ml worden toegediend op één subcutane injectieplaats. Varkens: Eenmaal daags 2,5 mg enrofloxacine/kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 0,5 ml/20 kg lichaamsgewicht, via intramusculaire injectie gedurende 3 dagen. Infectie van het spijsverteringskanaal, of septikemie veroorzaakt door Escherichia coli: eenmaal daags 5 mg enrofloxacine/kg lichaamsgewicht, overeenkomend met 1 ml/20 kg lichaamsgewicht, via intramusculaire injectie gedurende 3 dagen. Bij varkens moet de injectie in de nek bij de oorbasis worden gegeven. Er mag niet meer dan 3 ml worden toegediend op één intramusculaire injectieplaats.

CNK 3237823
Organisaties Elanco Animal Health
Merken Bayer
Breedte 55 mm
Lengte 106 mm
Diepte 55 mm
Hoeveelheid verpakking 100
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)