Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale waarschuwingen: Bij de kat is remissie van diabetes mogelijk. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Na het vaststellen van de juiste onderhoudsdosis dient men regelmatig het glucosegehalte te bepalen. Het opgestelde voedingsschema dient zo goed mogelijk gevolgd te worden. Vermijd stress en extra inspanning. Het verdient aanbeveling ovariëctomie te overwegen. Na ovariëctomie zal een aanpassing van de dosis vereist zijn. Iedere eigenaar moet glucose (synoniem: dextrose) of honing in huis hebben. Tekenen van honger, angst, onevenwicht, spierrillingen, strompelen of zwakke achterhand kunnen wijzen op hypoglycemie en vereisen een onmiddellijke toediening van glucose en voedsel om de bloedglucosewaarden te herstellen. Polyurie, polydipsie en polyfagie in combinatie met chronische gevallen van gewichtsverlies, algemeen slechte conditie, verlies van haren of abnormale vacht en lethargie zijn de meest voorkomende klinische tekens van hyperglycemie en vereisen een toediening van insuline om de bloedglucosewaarden te herstellen naar hun normaal niveau. Insulineresistentie komt zelden voor. Men zal er aan denken indien persisterende hyperglycemie (> 15 mmol/l) optreedt (herhaalde plasmaglucose bepalingen) niettegenstaande een insulinedosis hoger dan 2,5 I.E./kg of indien zeer hoge dosissen insuline noodzakelijk zijn om het bloedglucose te normaliseren. Bij de kat kunnen eventueel neutraliserende antistoffen gevormd worden doordat het varkensinsuline met 3 aminozuren verschilt van het katteninsuline. Bij de hond werd de vorming van antilichamen eveneens gedocumenteerd, maar zonder klinische betekenis. Hypokaliemie kan in zeldzame gevallen voorkomen. Flacons: gebruik éénmalig de bijhorende insulinespuiten van 40 I.E./ml. Insulinepatronen: gebruik de bijhorende VetPen. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Accidentele auto-injectie kan symptomen van hypoglycemie veroorzaken. Dit wordt behandeld door orale toediening van glucose. In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Bij gevoelige individuen kan dit lokale of algemene allergische reacties veroorzaken. Dracht en lactatie: Kan tijdens de dracht en lactatie worden gebruikt, maar moet van nabij gevolgd worden door de dierenarts, zodat onmiddellijk kan ingegrepen worden bij verandering in metabole storingen. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: De behoefte aan het diergeneesmiddel kan gewijzigd zijn bij simultaan gebruik van andere geneesmiddelen. Het gelijktijdig gebruik van corticosteroïden kan leiden tot een verhoogde insulinebehoefte. Vermijd het toedienen van progestagenen aan dieren met diabetes mellitus. De insulinebehoefte kan wijzigen bij gebruik van thiazide diuretica. Overdosering: Overdosering geeft aanleiding tot hypoglycemie. Tekenen van honger, angst, onevenwicht, spierrillingen, strompelen of zwakke achterhand wijzen op hypoglycemie. In geval van overdosering zo spoedig mogelijk glucose intraveneus of oraal toedienen en het dier te eten geven zodra het in staat is om zelf voedsel op te nemen, zodat een continue aanvoer van glucose verzekerd is. Eigenaars en dierenartsen moeten ook rekening houden met het Somogyi-effect, d.i. een fysiologische respons op hypoglycemie. Bij het opkomen van een hypoglycemie, wordt een hormonale respons geïnduceerd, waardoor glucose vrijgegeven wordt vanuit de lever. Dit resulteert in een hyperglycemie, waardoor op een bepaald moment van de 24 u cyclus, glucosemie geconstateerd kan worden. Het gevaar is dat door het Somogyi-effect, er méér insuline wordt gegeven, in plaats van minder. Dit kan leiden tot een zodanig grote overdosis van insuline dat er klinische hypoglycemische effecten ontstaan. Belangrijke onverenigbaarheden: Vermijd het toedienen van progestagenen (oestrusremmers) aan dieren met diabetes mellitus. Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd, in het bijzonder met andere insulinepreparaten.
Doeldieren : honden en katten
Diabetes mellitus type 1 bij honden en katten.
Elke ml bevat 40 I.E.* varkensinsuline, met 35% amorfe insuline en 65% kristallijne zinkinsuline.
*I.E. = Internationale Eenheden
De behoefte aan het diergeneesmiddel kan gewijzigd zijn bij simultaan gebruik van andere geneesmiddelen. Het gelijktijdig gebruik van corticosteroïden kan leiden tot een verhoogde insulinebehoefte. Vermijd het toedienen van progestagenen aan dieren met diabetes mellitus. De insulinebehoefte kan wijzigen bij gebruik van thiazide diuretica.
7. Bijwerkingen Hond en kat Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Hypoglycemie1 Bijsluiter – NL versie Caninsulin 3 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Reactie op de plaats van injectie*1 Overgevoeligheidsreacties1 * Deze reactie is meestal mild en omkeerbaar. 1 na marktintroductie Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem.
Niet bestemd voor de initiële behandeling van ernstige acute diabetes mellitus, gekenmerkt door ketoacidose. Niet gebruiken bij hypoglycemie, lever- of nierinsufficiëntie. Niet I.V. toedienen. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor varkensinsuline of één van de hulpstoffen.
Kan tijdens de dracht en lactatie worden gebruikt, maar moet van nabij gevolgd worden door de dierenarts, zodat onmiddellijk kan ingegrepen worden bij verandering in metabole storingen.
Intramusculair (I.M.) of subcutaan (S.C.) gebruik.
Hond
Het diergeneesmiddel kan 1 maal daags toegediend worden.
Indien de werkingsduur geen 24 uren bedraagt, kan men een langwerkend insulinepreparaat gebruiken of eventueel het diergeneesmiddel tweemaal daags toedienen.
Aanvangsdosis: 1 I.E./kg + aanvullende dosis naargelang het gewicht van het dier:
Gewicht Aanvullende dosis
< 10 kg
± 10 kg
12-20 kg
20 kg
1 I.E.
2 I.E.
3 I.E.
4 I.E.
Voorbeeld: berekening totale aanvangsdosis/dag.
Gewicht Totale aanvangsdosis
6 kg
10 kg
16 kg
30 kg
6 + 1 = 7 I.E.
10 + 2 = 12 I.E.
16 + 3 = 19 I.E.
30 + 4 = 34 I.E.
0,17 ml
0,30 ml
0,47 ml
0,85 ml
Onderhoudsdosis:
De onderhoudsdosis moet steeds strikt individueel bepaald worden.
Het is de bedoeling dat men een plasmaglucoseconcentratie bekomt tussen 6 en 8 mmol/l over 24 uren.
Dit geschiedt best aan de hand van de bepaling van het glucosegehalte in het bloed om de 2 uren gedurende 24 uren.
| CNK | 2907327 |
|---|---|
| Organisaties | MSD Animal Health |
| Breedte | 81 mm |
| Lengte | 130 mm |
| Diepte | 106 mm |
| Behoud | Koelkast (2°C - 8°C) |