Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Behalve voor de indicaties van ketosis en partusinductie, verbeteren corticosteroïden, in plaats van genezen, de aandoening waarvoor ze gebruikt worden. Daarom wordt geadviseerd om de fundamentele oorzaak vast te stellen. In het geval van continue toediening dient het dier onder strikte controle te worden gehouden door een verantwoordelijke dierenarts. Zoals bekend, hebben alle corticosteroïden een immunosuppressief effect. Daarom is bij infectieuze aandoeningen gelijktijdig een gepaste antibacteriële therapie aangewezen.
Na langdurige corticosteroïde therapie is het aan te bevelen de behandeling geleidelijk te stoppen en de bijnieren te stimuleren met ACTH. Effecten van een corticotherapie kunnen zeker bij langdurig gebruik optreden. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Neem alle noodzakelijk voorzorgsmaatregelen om accidentele zelfinjectie te vermijden. In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Vermijd huid- en oogcontact. In geval van accidenteel oog- of huidcontact, reinig de plaats grondig met zuiver stromend water. Dracht: Niet gebruiken, tenzij voor partusinductie. Toediening van corticosteroïden in het begin van de dracht kan foetale afwijkingen veroorzaken. Toediening in de late dracht kan vroege partus of abortus veroorzaken. Partusinductie met corticosteroïden kan geassocieerd worden met een verminderde levensvatbaarheid van de nakomelingen en een verhoogde incidentie van placentaire retentie. Lactatie: Kan bij lacterende runderen een tijdelijke vermindering van melkgift tot gevolg hebben. Overdosering: Overdosering kan negatieve effecten op de bijnieren tot gevolg hebben ("Cushing"-syndroom). Therapie: ACTH. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Dexamethason mag niet samen met andere anti-inflammatoire geneesmiddelen toegediend worden. Toediening van dexamethason kan hypokaliëmie veroorzaken en dus verhoging van het risico op toxiciteit van hartglycosiden. Het risico van hypokaliëmie kan toenemen indien dexamethason met kalium onttrekkende diuretica toegediend wordt. Gelijktijdig gebruik met een cholinesteraseremmer kan leiden tot verhoogde spierzwakte bij patiënten met myasthenia gravis. Glucocorticoïden antagoniseren de effecten van insuline. Gelijktijdig gebruik met fenobarbital, fenytoïne en rifampicine kan de effecten van dexamethason verminderen. Belangrijke onverenigbaarheden: Niet mengen met enig ander diergeneesmiddel.
voor Runderen en honden
Het diergeneesmiddel kan gebruikt worden bij al die indicaties waarbij gedurende 8 dagen de werkingvan een glucocorticoïd noodzakelijk geacht wordt, zoals o.a.:
Metabole stoornissen:
- acetonemie (primaire ketose), drachtigheidstoxemie
.Aandoeningen van het bewegingsstelsel:
- artritis, bursitis, tendinitis, tenosynovitis
- ontstekingsprocessen
- shock, stress, allergische aandoeningen.
Huidaandoeningen:
- niet specifieke dermatosen, eczema, pruritis.
Per ml:
Werkzame bestanddelen:
Dexamethason natriumfosfaat: 1,32 mg (overeenkomend met 1 mg dexamethason)
Dexamethason fenylpropionaat: 2,67 mg (overeenkomend met 2 mg dexamethason)
Suspensie voor injectie.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Dexamethason mag niet samen met andere anti-inflammatoire geneesmiddelen toegediend worden. Toediening van dexamethason kan hypokaliëmie veroorzaken en dus verhoging van het risico op toxiciteit van hartglycosiden. Het risico van hypokaliëmie kan toenemen indien dexamethason met kalium onttrekkende diuretica toegediend wordt. Gelijktijdig gebruik met een cholinesteraseremmer kan leiden tot verhoogde spierzwakte bij patiënten met myasthenia gravis. Glucocorticoïden antagoniseren de effecten van insuline. Gelijktijdig gebruik met fenobarbital, fenytoïne en rifampicine kan de effecten van dexamethason verminderen. Belangrijke onverenigbaarheden: Niet mengen met enig ander diergeneesmiddel.
Rund en hond: Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Overgevoeligheidsreacties Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be.
Niet gebruiken bij voorbestemde diabetes mellitus, osteoporose, nier- en hartafwijkingen en vergevorderde dracht (laatste derde). Niet gebruiken bij hyperadrenocorticisme. Voor het diergeneesmiddel gelden dezelfde contra-indicaties als voor alle corticosteroïden: niet toedienen bij vaccinaties en latente infecties.
Dracht: Niet gebruiken, tenzij voor partusinductie. Toediening van corticosteroïden in het begin van de dracht kan foetale afwijkingen veroorzaken. Toediening in de late dracht kan vroege partus of abortus veroorzaken. Partusinductie met corticosteroïden kan geassocieerd worden met een verminderde levensvatbaarheid van de nakomelingen en een verhoogde incidentie van placentaire retentie. Lactatie: Kan bij lacterende runderen een tijdelijke vermindering van melkgift tot gevolg hebben.
Dosering:
Diersoort mg dexamethason per kg lichaamsgewicht equivalent diergeneesmiddel in ml
Rund 0,06 mg/kg 1 ml/50 kg lichaamsgewicht
Hond 0,3 mg/kg 1 ml/10 kg lichaamsgewicht
De vermelde posologie is slechts richtinggevend en moet aangepast worden naargelang de aard van de ziekte en het verlangde effect.
Als een immunodepressief effect gewenst is, moet de dosis verhoogd worden.
Toedieningswijze:
Hond: intramusculaire en subcutane toediening.
Rund: intramusculaire toediening.
| CNK | 0837484 |
|---|---|
| Organisaties | MSD Animal Health |
| Breedte | 106 mm |
| Lengte | 165 mm |
| Diepte | 81 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 50 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |