Dinolytic 5 X 10ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Dinolytic 5 X 10ml

  € 95,76
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Speciale waarschuwingen: Wegens zijn luteolytische werking is PGF2α aangewezen om de cyclus bij koeien en bij merries onder controle te brengen. Het is slechts werkzaam gedurende de periode van functionele activiteit van het corpus luteum, meer bepaald tussen de 5de en de 16de dag van de cyclus bij koeien, en tussen de 5de en de 13de dag bij merries. Een dergelijk effect wordt bij de zeug niet bekomen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Gelokaliseerde bacteriële infecties op de injectieplaats werden gerapporteerd bij runderen. Zoals met alle producten voor parenteraal gebruik dient de injectie onderstrikte asepsie te gebeuren. Bij de eerste tekenen van infectie op de injectieplaats moet het dier onmiddellijk met aangepaste antibiotica behandeld worden. De veiligheid en werkzaamheid van het diergeneesmiddel zijn niet onderzocht na intraveneuze toediening. Runderen: De retentie van de nageboorte vormt een nog veel voorkomende complicatie bij partusinductie met deze therapie. Paarden: Het gebruik van dinoprost dient vermeden te worden bij drachtige merries, daar prostaglandines abortief kunnen werken vanaf een dosering van 1.25 tot 2.5 mg per dier. Varkens: Het op gang brengen van de partusin een te vroeg stadium van de dracht kan leiden tot de geboorte van niet�levensvatbare biggen. Een toename van niet-levensvatbare biggen kan voorkomen indien het diergeneesmiddel meer dan twee tot drie dagen voor de verwachte partus wordt toegepast. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Het is niet aan te raden dat zwangere vrouwen, astmatici en personen met ademhalingsstoornissen het diergeneesmiddel toedienen. In geval van contact met de huid, goed afspoelen met water. Dracht: Wegens de abortieve werking van dinoprost bij runderen en paarden, is toediening van het diergeneesmiddel aan drachtige dieren tegenaangewezen, behalve in die gevallen waar abortus gewenst is. Het op gang brengen van de partusin een te vroeg stadium van de dracht kan leiden tot de geboorte van niet�levensvatbare biggen Er werden geen teratogene effecten aangetoond. Bij drachtige zeugen die behandeld werden met een tienvoudige dosis werd geen nadelige invloed waargenomen op de biggen, noch op de verdere vruchtbaarheid van de dieren.

Doeldieren : runderen, paarden en varkens

Runderen:

- Suboestrus (stille bronst);

- Oestrussynchronisatie;

- Inductie van abortus;

- Partusinductie;

- Pyometra,

- Ovulatiesynchronisatie in combinatie met GnRH (gonadoliberine) of GnRH analogen als onderdeel

van protocollen voor kunstmatige inseminatie van normaal cyclerende melkkoeien.

Paarden:

- Oestrusinductie.

Varkens:

- Partusinductie.

- Post-partum

Werkzaam bestanddeel Dinoprost 5 mg/ml (onder de vorm van Dinoprost tromethamine) Hulpstoffen Benzyl Alcohol (E1519) 16.5 mg/ml

Geen bekend.

Runderen:

Gelokaliseerde bacteriële infecties op de injectieplaats werden gerapporteerd bij runderen.

Paarden:

Merries: zweten, lichte koliekachtige verschijnselen en verhoging van de hartslag. Deze symptomen treden meestal binnen de tien minuten na toediening op; ze zijn echter van voorbijgaande aard en verdwijnen binnen het uur.

Varkens:

Verhoging van de lichaamstemperatuur, verhoogde salivatie, versnelde ademhaling, stimulatie van ontlasting en wateren, en zenuwachtigheid. Die symptomen treden meestal binnen de 15 minuten op; ze zijn gelijkaardig aan de symptomen van het normale nestgedrag en verdwijnen binnen het uur.

De frequentie van bijwerkingen wordt als volgt gedefinieerd:

  • Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 behandelde dieren vertonen bijwerking(en))

  • Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 behandelde dieren)

  • Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 behandelde dieren)

  • Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 behandelde dieren)

  • Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten).

Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het diergeneesmiddel niet werkzaam is, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.

  1. CONTRA-INDICATIE(S)

Niet toedienen aan dieren met acute of subacute stoornissen van het vasculair, gastro-intestinaal, ademhalings- en genitaalstelsel.

Runderen en paarden:

Het diergeneesmiddel bezit geen werkzaamheid binnen de vijf dagen na ovulatie.

Wegens zijn abortieve werking is het tegenaangewezen bij drachtige dieren behalve daar waar abortus gewenst is.

De veiligheid en werkzaamheid van het diergeneesmiddel bij intraveneuze toediening werden niet onderzocht.

Wegens zijn abortieve werking is het tegenaangewezen bij drachtige dieren behalve daar waar abortus gewenst is.

DINOLYTIC wordt subcutaan of intramusculair toegediend.

  • Koeien en vaarzen: 25 mg dinoprost ( 5 ml DINOLYTIC)

  • Merries: 5 mg dinoprost (1 ml DINOLYTIC)

  • Zeugen: 10 mg dinoprost (2 ml DINOLYTIC)

Runderen:

Suboestrus (stille of gemiste bronst en persisterend corpus luteum):

Na controle op de aanwezigheid van een actief corpus luteum wordt 5 ml DINOLYTIC (25 mg dinoprost) IM toegediend. De oestrus treedt 2 tot 4 dagen na de toediening op. De dieren ovuleren en kunnen daardoor gedekt of kunstmatig geïnsemineerd worden.

Oestrussynchronisatie:

De dosering bedraagt 5 ml , hetzij 25 mg bij cyclerende dieren.

De aanbevolen techniek bestaat uit het toedienen van twee injecties, met een interval van 10 tot 12 dagen. Vervolgens kan men de dieren laten dekken of insemineren bij het verschijnen van de oestrus, ofwel insemineren 80 uren na de behandeling.

Anderzijds kan men ook een dubbele inseminatie toepassen; de eerste inseminatie 72 uren, de tweede 90 uren na de behandeling.

De dieren die in oestrus komen na de eerste injectie kunnen op dat tijdstip gedekt of geïnsemineerd worden, volgens één van bovenstaande schema's.

Inductie van abortus:

Wanneer DINOLYTIC tussen de 5de en 120ste dag van de dracht wordt toegediend in een dosering van 5 ml (25 mg dinoprost) per dier, treedt bij koeien meestal verwerpen op 4 dagen na de behandeling. Hoe verder de dracht gevorderd is, hoe moeilijker de abortusinductie. Het is nodig na te gaan of de abortus heeft plaatsgehad door observatie van de oestrus of door controle van de dracht. Behandeling herhalen indien nodig.

Partusinductie:

Het toedienen van 5 à 7 ml DINOLYTIC (25 mg dinoprost) (éénmalige injectie) na de 270ste dag van de dracht induceert de partus; de partus treedt op 1 tot 8 dagen (gemiddeld 3 dagen) na de toediening.

DINOLYTIC is eveneens aangewezen bij gemummificeerde foetussen en bij hydrops van de foetale membranen.

Pyometra:

Pyometra gaat bijna steeds samen met een persisterend corpus luteum. De regressie van dit laatste gaat gepaard met de eliminatie van purulente secreties. De dosering bedraagt 5 ml DINOLYTIC (25 mg dinoprost) per dier. Een antiseptische behandeling van de uterus zal na het toedienen van DINOLYTIC toegepast worden.

CNK 0109181
Organisaties Zoetis Belgium
Breedte 85 mm
Lengte 145 mm
Diepte 30 mm
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)