Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Een klinisch onderzoek moet uitgevoerd worden bij alle dieren vóór de toediening van diergeneesmiddelen voorsedatie of algemene verdoving. Wanneer het diergeneesmiddel is toegediend, moet het dier kunnen rusten op een zeer rustige plek. Voordat enige procedure of toediening van een andere diergeneesmiddel wordt uitgevoerd, moet gewacht worden totdat de sedatie zijn maximale effect heeft bereikt, namelijk tussen 10 en 30 minuten, afhankelijk van de toedieningsweg. Om de effecten van het diergeneesmiddel te verbeteren, is het aangeraden om het dier tussen 10 en 15 minuten na de injectie te laten rusten. Zeer onrustige dieren moeten eerst gekalmeerd worden en moeten ergens tot rust komen alvorens het diergeneesmiddel wordt toegediend. Voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden in geval van combinatie van medetomidine en andere anesthetica of sedativa. Voordat een combinatie gemaakt wordt, dienen de contra-indiaties en voorzorgsmaatregelen gerespecteerd te worden die vermeld staan in de bijsluiter van de andere diergeneesmiddelen. Medetomidine heeft versterkende effecten op anesthetica. De dosering van verdovende diergeneesmiddelen moet daardoor verlaagd worden. (zie rubriek 8). Met voorzichtigheid gebruiken bij zeer jonge en zeer oude dieren. Het is aangeraden om het diergeneesmiddel nuchter toe te dienen. Na de toediening mag er geen water of voedsel aan het dier gegeven worden aangezien deze zou kunnen braken. De dieren moeten gedurende de ingreep en het ontwaken bij een warme en constante temperatuur gehouden worden. Tijdens lange ingrepen moet een oftalmologisch diergeneesmiddel toegediend worden op regelmatige tijdstippen om de cornea te bevochtigen. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: 1. Neem in geval van accidentele orale inname of zelfinjectie onmiddellijk contact op met een arts en toon hem de bijsluiter maar BESTUUR GEEN VOERTUIGEN aangezien sedatie en veranderingen in de bloeddruk kunnen optreden. 2. Verwijder verontreinigde kleding die in direct contact met de huid komt. 3. Vermijd contact met huid, ogen of slijmvliezen. 4. Was blootgestelde huid direct na de blootstelling met veel schoon water. 5. Spoel de ogen met ruime hoeveelheden water wanneer het diergeneesmiddel per ongeluk in de ogen is terechtgekomen. 6. Raadpleeg een arts als zich symptomen voordoen. 7. Als zwangere vrouwen het diergeneesmiddel hanteren, moet bijzondere voorzichtigheid worden betracht ten aanzien van zelfinjectie aangezien na accidentele systemische blootstelling uteriene contracties en een afname in de foetale bloeddruk kunnen optreden. 8. Advies aan artsen: Medetomidine hydrochlorige is een alfa-2-adrenoreceptoragonist. Symptomen na absorptie bestaan uit: dosisafhankelijke sedatie, ademhalingsdepressie, bradycardie, hypotensie, een droge mond en hyperglycemie. Ventriculaire ritmestoornissen zijn ook gemeld. Respiratoire en hemodynamische verschijnselen moeten symptomatisch worden behandeld. Dracht: Bij gebrek aan voldoende studies wordt de toediening van medetomidine aan drachtige dieren niet aanbevolen. Overdosering: In het geval van overdosering zijn de belangrijkste signalen een verlengde anesthesie of sedatie. In sommige gevallen kan een circulatoire en respiratoire depressie zich voordoen. De effecten van het diergeneesmiddel kunnen geantagoniseerd worden door de toediening van atipamezole, een α2-antagonist. Gebruik bij honden hetzelfde volume atipamezol 5 mg/ml als dat van het diergeneesmiddel (uitgedrukt in µg , de dosis atipamezole is 5 maal hoger dan die van medetomidine). Bij de kat is het volume atipamezole 5 mg/ml gelijk aan de helft van dat van het diergeneesmiddel (uitgedrukt in µg , de dosis atipamezole is 2,5 maal hoger dan die van medetomidine). Afhankelijk van de ernst van de situatie, kan het dier worden beademd met zuurstof en intraveneuze vloeistoffen toegediend krijgen. Het is belangrijk zowel tijdens sedatie als herstel de lichaamstemperatuur op pijl te houden. Wanneer het dier onderkoeld raakt, zal verhoging van de lichaamstemperatuur het herstel bespoedigen.
Doeldieren : honden en katten
Het diergeneesmiddel is aangewezen:
vóór bedwinging of ter kalmering van opgewonden dieren
bij alle behandelingen die een sedatieve toestand vereisen en waarvoor pijnstilling wenselijk is:radiografie, tandsteenverwijdering, tatoeëring, pijnlijke handelingen, kleine heelkundige ingrepen,zoals wondhechting, tandextractie en castratie enz.
bij heelkundige ingrepen die een algemene verdoving vereisen, in combinatie met andere middelen.
Werkzaam bestanddeel:
Medetomidine hydrochloride 1 mg
Hulpstoffen:
Methylparahydroxybenzoaat.
Propylparahydroxybenzoaat.
Natriumchloride.
Water voor injectie tot 1 ml
Voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden in geval van combinatie van medetomidine en andere anesthetica of sedativa. Voordat een combinatie gemaakt wordt, dienen de contra-indiaties en voorzorgsmaatregelen gerespecteerd te worden die vermeld staan in de bijsluiter van de andere diergeneesmiddelen.
Medetomidine heeft versterkende effecten op anesthetica. De dosering van verdovende diergeneesmiddelen moet daardoor verlaagd worden. (zie rubriek 8).
Hond:
Zeer vaak (> 1 dier / 10 behandelde dieren): Bradycardie 1
Vaak (1 tot 10 dieren/100 behandelde dieren):
Braken 2
Spiertrillingen
Verminderde ademhalingsfrequentie 3
Cyanose
Onbepaalde frequentie (kan niet worden geschat op basis van de beschikbare gegevens):
Excitatie (paradoxale reacties)
Cardiale blok NOS 1
Hartstilstand 4
Hoge bloeddruk 5
Verlaagde bloeddruk 5
Overgevoeligheid
Hyperglycemie 6
Verlengde recovery 7
Verlengde sedatie 8
Verhoogde gevoeligheid aan geluid
Urineren 9
Apnoe 3
Hypoxie 10
Longoedeem
Sterfte 11
Verlaagde lichaamstemperatuur 4, 12
Hypothermie 7
Gebrek aan effect – NOS
1 Een bradycardie met een occasionele auriculo-ventriculaire blok kan waargenomen worden.
2 Sommige honden zullen braken binnen de 15 à 25 minuten na de injectie.
3 Een verminderde ademhalingsfrequentie met of zonder apnee kunnen zich voordoen.
4 Indien het dier al subklinische tekenen van een ademhalingsziekte had, kan de toediening van het diergeneesmiddel een ademhalingsdepressie veroorzaken die de kans op een hartstilstand vergroot.
5 De arteriële bloeddruk stijgt eerst, waarna deze terug normaliseert of waarden bereikt die licht lager zijn dan de normale.
7 Traag ontwaken kan een hypothermie veroorzaken.
8 Herhaalde sedatie na initieel ontwaken is ook gerapporteerd.
9 Een verhoogde diurese wordt algemeen gezien bij het ontwaken, ongeveer 90 à 120 minuten na de behandeling.
Niet gebruiken bij dieren met een hartinsufficiëntie, een aandoening ter hoogte van de ademhalingswegen of lever- of nierinsufficiëntie, dieren in shocktoestand, sterk verzwakte dieren of dieren die gestresseerd zijn omwille van warmte, koude of extreme vermoeidheid.
Niet gebruiken in combinatie met sympaticomimetische amines.
Niet gebruiken bij dieren met een mechanisch obstakel dat de maagreflux verhindert (bv. slokdarmobstructie, maagtorsie enz) vanwege de braakopwekkende effecten van medetomidine bij sommige dieren.
Medetomidine moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij dieren met diabetes.
Dracht: Bij gebrek aan voldoende studies wordt de toediening van medetomidine aan drachtige dieren niet aanbevolen.
Toediening is mogelijk via intramusculaire (i.m.) en intraveneuze (i.v.) weg. Het effect is het snelst na i.v.-toediening. De dosering is afhankelijk van hoeveel sedatie en analgesie er nodig is.
Voor sedatie is bij kleine honden meer diergeneesmiddel per kg lichaamsgewicht nodig dan bij grote honden, dus is de dosering per vierkante meter lichaamsoppervlak wellicht nauwkeuriger. Wanneer deze methode wordt toegepast, is de dosering 750 tot 1000 mcg/vierkante meter. De volgende tabel geeft de
Lichaamsgewicht (kg)
i.v.-toediening
Injectievolume (ml) Lichaamsgewicht (kg)
i.m.-toediening
1,5–2,2 0,1
2,3–3,5 0,15 1,8–2,3
3,6–5,1 0,2 2,4–3,3
5,2–6,9 0,25 3,4–4,5
7,0–9,9 0,3 4,6–6,4
10,0–14,4 0,4 6,5–9,4
14,5–19,5 0,5 9,5–12,7
19,6–25,1 0,6 12,8–16,3
25,2–31,1 0,7 16,4–20,2
31,2–37,6 0,8 20,3–24,4
37,7–44,4 0,9 24,5–28,9
44,5–55,3 1,0 29,0–36,1
55,4–71,1 1,2 36,2–46,3
71,2–88,2 1,4 46,4–57,3
88,3 + 1,6 57,4–75,8
2,0 75,9 +
| CNK | 1070499 |
|---|---|
| Organisaties | INOVET |
| Breedte | 50 mm |
| Lengte | 50 mm |
| Diepte | 80 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 10 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |