Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Het gebruik van het diergeneesmiddel dient plaats te vinden op grond van gevoeligheidstesten vanuit het dier geïsoleerde bacteriën. Als dit niet mogelijk is, dient de behandeling gebaseerd te zijn op lokale (regionaal, bedrijfsniveau) epidemiologische informatie over de gevoeligheid van de betreffende bacteriën. Wanneer het diergeneesmiddel wordt gebruikt dient rekening gehouden te worden met het officiële en nationale beleid ten aanzien van antimicrobiële middelen. Wanneer het diergeneesmiddel anders wordt gebruikt dan aangegeven in deze bijsluiter, kan dit het aantal bacteriën dat resistent is tegen florfenicol verhogen en de effectiviteit van de behandeling met andere amfenicolen en andere antimicrobiële middelen verminderen vanwege de mogelijkheid van kruisresistentie. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Accidentele zelfinjectie moet zorgvuldig vermeden worden. In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Vermijd direct contact met de huid, mond en ogen. In geval van contact met de ogen, direct spoelen met schoon water. In geval van contact met de huid, was het contactgebied met schoon water. In geval van accidentele ingestie, spoel de mond met veel water en raadpleeg onmiddellijk een arts. Handen wassen na gebruik. Personen met een bekende overgevoeligheid voor florfenicol moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. Niet roken, eten of drinken terwijl u dit diergeneesmiddel toedient. Uit laboratoriumstudies met de hulpstof N-methylpyrrolidon bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Vrouwen in de vruchtbare leeftijd, zwangere vrouwen en vrouwen die vermoedelijk zwanger zijn, moeten het diergeneesmiddel met grote voorzichtigheid gebruiken om onbedoelde zelfinjectie te voorkomen. Dracht, lactatie en vruchtbaarheid: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij rund en varken tijdens dracht en lactatie of bij dieren bedoeld voor de fokkerij. Uit laboratoriumonderzoeken met de hulpstof N-methylpyrrolidon bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-/risicobeoordeling door de behandelend dierenarts. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Geen gegevens beschikbaar. Overdosering: Bij varkens is na toediening van 3 maal de aanbevolen dosis of meer een vermindering in voedselopname, dehydratatie en een vermindering van de gewichtstoename waargenomen. Na toediening van 5 maal de aanbevolen dosis of meer werd ook braken gezien. Belangrijke onverenigbaarheden: Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd.
Rund:
Behandeling van respiratoire aandoeningen veroorzaakt door stammen van Mannheimiahaemolytica, Pasteurella multocida en Histophilus somni die gevoelig zijn voor florfenicol.
Varken:
Behandeling van acute uitbraken van respiratoire aandoeningen bij varkens veroorzaakt door stammen van Actinobacillus pleuropneumoniae en Pasteurella multocida die gevoelig zijn voor florfenicol.
Florfenicol 300 mg Hulpstoffen: N-methylpyrrolidon 200 mg, glycerol formal tot 1 ml Heldere, lichtgele tot gele oplossing.
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:
Geen gegevens beschikbaar.
Onverenigbaarheden:
Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de onverenigbaarheid, moet het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden vermengd.
7. Bijwerkingen Runderen: Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Vermindering in voeropname1 ; Dunne ontlasting1 ; Ontsteking op de injectieplaats2 ; Laesie op de injectieplaats2 ; Anafylaxie 1 Snel en volledig herstel na beëindiging van de behandeling. 2 Kan 14 dagen aanhouden na intramusculaire toediening. Varkens: Vaak (1 tot 10 dieren/100 behandelde dieren): Diarree1 , Perianale ontsteking1 ; rectaal oedeem1 ; Pyrexie2 , Depressie2,3; Dyspneu2,3; Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Zwelling op de injectieplaats4 , laesie op de injectieplaats5 , Ontsteking op de injectieplaats5 . 1 Voorbijgaand, kan gedurende een week worden waargenomen. 2 Gedurende een week of langer na toediening van de tweede dosis. 3 Matig. 4 Voorbijgaand, Duurt maximaal 5 dagen. 5 Kan tot 28 dagen worden waargenomen. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of diens lokale vertegenwoordiger met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be
Niet gebruiken bij volwassen stieren en beren die voor de fokkerij gebruikt worden. Niet gebruiken bij biggen van minder dan 2 kg. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen. Niet intraveneus toedienen.
Dracht, lactatie en vruchtbaarheid: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen bij rund en varken tijdens dracht en lactatie of bij dieren bedoeld voor de fokkerij. Uit laboratoriumonderzoeken met de hulpstof N-methylpyrrolidon bij konijnen en ratten is gebleken dat er sprake is van foetotoxische effecten. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-/risicobeoordeling door de behandelend dierenarts.
GEBRUIK
Teneinde een juiste dosering te berekenen, dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk te worden bepaald. Dit om onderdosering te vermijden. De flacon kan niet meer dan 25 keer aangeprikt worden.
De injectieplaats dient schoon te zijn voor toediening van het diergeneesmiddel
Rund:
Intramusculaire injectie van 20 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1 ml per 15 kg) in de nekspier toedienen, tweemaal, met een interval van 48 uur. Het toegediende volume per injectieplaats mag niet meer dan 10 ml zijn. Volgende injecties moeten op verschillende plaatsen toegediend worden.
Varken:
Intramusculaire injectie van 15 mg/kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1 ml per 20 kg) in de nekspier toedienen, tweemaal, met een interval van 48 uur. Het toegediende volume per injectieplaats mag niet meer dan 3 ml zijn. Volgende injecties moeten op verschillende plaatsen toegediend worden.
Er wordt aanbevolen de dieren in de vroege stadia van de ziekte te behandelen en de reactie op de behandeling binnen 48 uur na de tweede injectie te evalueren. Indien de klinische verschijnselen van de luchtwegaandoening 48 uur na de laatste injectie nog aanhouden, moet de behandeling worden gewijzigd door toediening van een andere formulering of een ander antibioticum en worden voortgezet tot de klinische verschijnselen zijn verdwenen.
| CNK | 2923902 |
|---|---|
| Organisaties | Kela Pharma, Kela Veterinaria |
| Merken | Kela Veterinaria |
| Breedte | 150 mm |
| Lengte | 70 mm |
| Diepte | 68 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 250 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |