Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
In geval van accidentele zelfinjectie de verwonding grondig wassen met schoon stromend water. Raadpleeg onmiddellijk een arts zelfs als slechts een zeer kleine hoeveelheid wordt geïnjecteerd en zorg ervoor dat u de bijsluiter bij u heeft. Als de pijn langer dan 12 uur aanhoudt na het medisch onderzoek, dient u opnieuw een arts te raadplegen. Het diergeneesmiddel in de toekomst niet meer toedienen. Advies aan de arts: Accidentele zelfinjectie kan de voortplantingsfysiologie van zowel mannen als vrouwen aantasten en kan de zwangerschap ongunstig beïnvloeden. Als zelfinjectie met Improvac wordt vermoed, dient de voortplantingsfysiologie gevolgd te worden door het testen van de testosteron- of oestrogeenspiegels (zoals van toepassing). Het risico op een fysiologisch effect is groter na een tweede of volgende accidentele injectie dan na de eerste injectie. Een onderdrukking van de functie van de gonaden van klinische betekenis dient behandeld te worden met een ondersteunende endocriene vervangingstherapie totdat de normale functie terugkeert. Aan de patiënt dient het advies gegeven te worden om dit diergeneesmiddel en/of enig ander diergeneesmiddel met een soortgelijke werking in de toekomst niet meer toe te dienen. Zelfs als kleine hoeveelheden zijn geïnjecteerd, kan accidentele injectie met dit diergeneesmiddel een intense zwelling veroorzaken, die bijvoorbeeld kan leiden tot ischemische necrose en zelfs het verlies van een vinger. Deskundige, ONMIDDELLIJKE chirurgische aandacht is vereist en kan een vroege incisie en irrigatie van het geïnjecteerde gebied noodzakelijk maken, vooral wanneer er sprake is van betrokkenheid van vingerpulpa of -pees. Overige voorzorgsmaatregelen: De veiligheid en werkzaamheid van het diergeneesmiddel bij niet-doeldiersoorten, zoals paarden, is niet onderzocht. Bij paarden zijn bijwerkingen waargenomen, waaronder ernstige anafylactische reacties die tot een dodelijke afloop hebben geleid. Dracht: Niet gebruiken tijdens de gehele drachtperiode. Lactatie: Niet gebruiken tijdens de lactatie. Vruchtbaarheid: Niet gebruiken bij fokdieren. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit immunologisch diergeneesmiddel bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit immunologisch diergeneesmiddel vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen. Overdosering: Toediening van een dubbele dosis Improvac (4 ml) aan biggen van 8 weken oud had zeer regelmatig een palpeerbare reactie op de injectieplaats tot gevolg. De omvangrijkste reacties werden rond 7 dagen na toediening gezien waarbij de maximale afmeting 13 x 7 cm was. Twee weken na de toediening was de maximale afmeting verminderd tot 8 x 4 cm, waarbij de lokale reacties geleidelijk verdwenen. Er werd gedurende 24 uur na toediening een tijdelijke verhoging van de lichaamstemperatuur van 0,2 tot 1,7 ºC waargenomen met een terugkeer naar normale waarden na 2 dagen. De algemene gezondheid van de dieren was niet aangetast.
Doeldier : Mannelijk varken (vanaf een leeftijd van 8 weken)
Inductie van antilichamen tegen GnRF om een tijdelijke immunologische onderdrukking van de
testiculaire functies te bewerkstelligen. Voor gebruik als een alternatief voor fysieke castratie voor
vermindering van berengeur, veroorzaakt door de voornaamste substantie die berengeur veroorzaakt,
androstenon, bij intacte mannelijke varkens na het intreden van de puberteit.
Skatol, een andere substantie die een belangrijke bijdrage levert aan de berengeur, kan door een
indirect effect ook verminderd worden. Er is ook een afname van agressief en seksueel gedrag
(dekgedrag).
De aanvang van de immuniteit (inductie van anti-GnRF antilichamen) is binnen 1 week na de tweede
vaccinatie te verwachten. Verlaging van androstenon en skatol spiegels is aangetoond vanaf 4 tot 6
weken na de tweede vaccinatie. Dit geeft de tijd weer die nodig is om stoffen die de berengeur
veroorzaken, die al aanwezig waren ten tijde van de vaccinatie, kwijt te raken alsmede de variabiliteit
in respons tussen de individuele dieren. Afname van agressief en seksueel gedrag (dekgedrag) kan
verwacht worden vanaf 1 tot 2 weken na de tweede vaccinatie.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit immunologisch diergeneesmiddel bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel. Ten aanzien van het gebruik van dit immunologisch diergeneesmiddel vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen.
7. Bijwerkingen Mannelijk varken (vanaf een leeftijd van 8 weken). Vrouwelijk varken (vanaf een leeftijd van 10 weken). Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren): - zwelling op de injectieplaats met een diameter van 2 tot 8 cma - verhoogde temperatuur (ongeveer 0,5 °C gedurende een periode van 24 uur na vaccinatie bij mannelijke varkens en ongeveer 1,0-1,3 °C gedurende een periode van 24 uur na vaccinatie bij vrouwelijke varkens) Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): - anafylaxie-achtige reactie (dyspneu, collaps, cyanose en overmatig speekselen al dan niet gepaard gaande met trillingen of braken) binnen een paar minuten na vaccinatie, die tot 30 minuten kan duren.b a Bij toediening aan varkens van de jongste geadviseerde leeftijd (8 weken) worden op de injectieplaats zeer vaak zwellingen tot 4 x 8 cm waargenomen. De lokale reacties verdwijnen geleidelijk, maar bij 20 – 30 % van de dieren kunnen ze meer dan 42 dagen aanwezig blijven. Bij toediening aan oudere varkens (14-23 weken oud) kunnen zeer vaak zwellingen op de injectieplaats worden waargenomen. Zwellingen op de injectieplaats variërend in diameter van 2 cm tot 5 cm worden vaak waargenomen, en bij het slachten worden vaak reacties op de injectieplaats waargenomen indien de tweede vaccinatie slechts 4 weken voor het slachten is gegeven. b Bij een klein aantal dieren leidde dit na deze reactie tot de dood, de meeste dieren herstelden echter zonder behandeling en bleken na opvolgende vaccinaties niet te reageren. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem {gegevens van het nationale systeem}.
3.3 Contra-indicaties Niet gebruiken bij fokdieren. Zie ook rubriek 3.7.
Dracht: Niet gebruiken tijdens de gehele drachtperiode. Lactatie: Niet gebruiken tijdens de lactatie. Vruchtbaarheid: Niet gebruiken bij fokdieren.
2 ml, per subcutane injectie (injectie onder de huid).
Intacte mannelijke varkens vanaf een leeftijd van 8 weken dienen gevaccineerd te worden met 2 doses van 2 ml met een interval van tenminste 4 weken, waarbij de tweede dosis gewoonlijk 4 tot 6 weken vóór het slachten gegeven wordt. Als het slachten later dan 10 weken na de tweede dosis gepland is, dient er 4 tot 6 weken voor de geplande slachtdatum een 3e dosis gegeven te worden. In geval van de verdenking op foutief doseren dient het dier onmiddellijk te worden gehervaccineerd.
Vrouwelijke varkens vanaf een leeftijd van 10 weken dienen gevaccineerd te worden met 2 doses van 2 ml met een interval van 4 tot 8 weken. In geval van verdenking op foutief doseren dient het dier onmiddellijk te worden gehervaccineerd.
Toedienen door middel van een subcutane injectie in de nek, direct achter het oor, waarbij gebruik gemaakt wordt van een veiligheidsinjector.
| CNK | 2631505 |
|---|---|
| Organisaties | Zoetis Belgium |
| Behoud | Koelkast (2°C - 8°C) |