Lidor 20mg/ml Opl Inj Paard-hond-kat 100ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Lidor 20mg/ml Opl Inj Paard-hond-kat 100ml

  € 16,45
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

Speciale waarschuwingen: Dit diergeneesmiddel kan een positief resultaat geven bij een antidopingtest bij paarden. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Overschrijd doses van 0,5 ml per kg lichaamsgewicht bij honden en 0,3 ml per kg lichaamsgewicht bij katten niet. Om de juiste dosis te bepalen, dient het gewicht van het individuele dier vóór toediening van het diergeneesmiddel te worden vastgesteld. Voorzichtig te gebruiken bij katten, aangezien deze zeer gevoelig zijn voor lidocaïne. Overdoses en accidentele intraveneuze injecties vormen een groot risico voor centrale en cardiale effecten (vomitus, excitatie, spiertremor tot clonische toevallen, respiratoire depressie of hartstilstand). Dientengevolge dient een exacte dosering en injectietechniek plaats te vinden. Het diergeneesmiddel dient voorzichtig te worden gebruikt bij dieren die lijden aan een leveraandoening, congestief hartfalen, bradycardie, hartaritmie, hyperkaliëmie, diabetes mellitus, acidose, neurologische aandoeningen, shock, hypovolemie, ernstige respiratoire depressie of duidelijke hypoxie. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: - Accidentele zelfinjectie kan leiden tot cardiovasculaire en/of CZS-effecten. Voorzichtigheid is geboden om accidentele zelfinjectie te vermijden. Zoek in geval van accidentele zelfinjectie onmiddellijk medische hulp en toon de bijsluiter of het etiket aan de arts. NIET AUTORIJDEN. - De lidocaïne metaboliet 2,6-xylidine heeft mutagene et genotoxische eigenschappen en bij ratten werd een carcinogeen effect bevestigd. - Dit diergeneesmiddel kan irriterend zijn voor huid, ogen en mondslijmvlies. Direct contact van de oplossing voor injectie met huid, ogen of mondslijmvlies dient te worden vermeden. Verwijder verontreinigde kleding die in direct contact staat met de huid. In geval van accidenteel contact van het diergeneesmiddel met ogen, huid of mondslijmvlies overvloedig spoelen met kraanwater. Als er symptomen optreden, zoek dan medische hulp. - Er kunnen overgevoeligheidsreacties voor lidocaïne optreden. Personen met een bekende overgevoeligheid voor lidocaïne of andere plaatselijke anesthetica moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. Als er overgevoeligheidssymptomen optreden, zoek dan medische hulp. Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie bij de doeldiersoorten. Lidocaïne passeert de placenta en kan zenuw- en cardiorespiratoire effecten veroorzaken bij de foetussen of de neonaten. Daarom uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts tijdens de dracht of obstetrische procedures. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Lidocaïne kan interageren met: - antibiotica: gelijktijdige toediening van ceftiofur kan een stijging van de vrije lidocaïneconcentratie veroorzaken door een interactie met plasma-eiwitbinding. - anti-aritmica: amiodaron kan leiden tot stijgingen van lidocaïneconcentraties in plasma en daardoor de farmacologische effecten verhogen. Dit effect kan ook worden waargenomen wanneer het wordt toegediend met metoprolol of propranolol. - geïnjecteerde anesthetica en anesthesiegassen: gelijktijdige toediening van anesthetica versterkt hun effect en hun doses moeten mogelijk worden aangepast. - spierrelaxantia: een significante dosis lidocaïne kan de werking van succinylcholine versterken en kan door succinylcholine geïnduceerde apneu verlengen. Gelijktijdige toediening van vaatvernauwende middelen (bijv. epinefrine) verlengt het plaatselijke anesthetische effect. Morfineachtige analgetica kunnen het metabolisme van lidocaïne verlagen en daardoor de farmacologische effecten ervan intensiveren. Overdosering: In geval van overdosering zijn de eerste effecten sufheid, misselijkheid, braken, tremor, excitatie, ataxie en angst. Bij hogere doses of in het geval van accidentele intraveneuze injectie kunnen bepaalde ernstigere bijwerkingen van lidocaïne-intoxicatie optreden, waaronder cardiorespiratoire depressie en toevallen. De behandeling van lidocaïne-intoxicatie is puur symptomatisch en omvat het gebruik van cardiorespiratoire reanimatie en anticonvulsiva. In geval van een ernstige daling van de bloeddruk, dienen volumesubstitutie (shocktherapie) en vasopressoren te worden toegediend. Het eerste teken van intoxicatie bij katten is myocarddepressie en, in meer zeldzame gevallen, symptomen die verband houden met het centraal zenuwstelsel.

Paarden:

Oftalmologische contactanesthesie, anesthesie door infiltratie, intra-articulaire anesthesie, perineurale

anesthesie en epidurale anesthesie.

Honden, katten:

Anesthesie bij oftalmologie en tandheelkunde, anesthesie door infiltratie en epidurale anesthesie.

Per ml:

Werkzaam bestanddeel: Lidocaïne 20 mg (overeenkomend met 24,65 mg lidocaïnehydrochloridemonohydraat)

Hulpstoffen: Methylparahydroxybenzoaat (E218) 1,3 mg Propylparahydroxybenzoaat 0,2 mg

Heldere, kleurloze tot lichtgele oplossing

Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie

Lidocaïne kan interageren met:

  • Antibiotica: gelijktijdige toediening van ceftiofur kan een stijging van de vrije lidocaïneconcentratie veroorzaken door een interactie met plasma-eiwitbinding.

  • Anti-aritmica: amiodaron kan leiden tot stijgingen van lidocaïneconcentraties in plasma en daardoor de farmacologische effecten verhogen. Dit effect kan ook worden waargenomen wanneer het wordt toegediend met metoprolol of propranolol.

  • Geïnjecteerde anesthetica en anesthesiegassen: gelijktijdige toediening van anesthetica versterkt hun effect en hun doses moeten mogelijk worden aangepast.

  • Spierrelaxantia: een significante dosis lidocaïne kan de werking van succinylcholine versterken en kan door succinylcholine geïnduceerde apneu verlengen.

Gelijktijdige toediening van vaatvernauwende middelen (bijv. epinefrine) verlengt het plaatselijke anesthetische effect. Morfineachtige analgetica kunnen het metabolisme van lidocaïne verlagen en daardoor de farmacologische effecten ervan intensiveren.

  1. Bijwerkingen Paarden, honden en katten: Zelden (1 tot 10 dieren/10 000 behandelde dieren): Overgevoeligheidsreactie1 1 Kruishypergevoeligheid tussen lokale anesthetica van het amidetype kan niet worden uitgesloten. Onbepaalde frequentie (kan niet worden geschat op basis van de beschikbare gegevens): Excitatie2 , Onhandig, Cardiovasculaire effecten (bijv. Myocarddepressie3 , Bradycardie3 , Aritmie3 , Lage bloeddruk3 , Perifere vasodilatatie3,4), Vertraagde genezing5 2 Matig, voorbijgaand. 3 Meestal voorbijgaand. 4 Vasodilatatie. 5 Bij gebruik door infiltratie. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of diens lokale vertegenwoordiger met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@faggafmps.be
  1. CONTRA-INDICATIES

Niet gebruiken bij

  • inflammatoire weefselverandering op de toedieningsplaats

  • geïnfecteerd weefsel

  • pasgeboren dieren

Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.

Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie bij de doeldiersoorten. Lidocaïne passeert de placenta en kan zenuw- en cardiorespiratoire effecten veroorzaken bij de foetussen of de neonaten. Daarom uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts tijdens de dracht of obstetrische procedures.

  1. DOSERING VOOR ELKE DOELDIERSOORT, TOEDIENINGSWEG EN WIJZE VAN GEBRUIK

Voor subcutaan, intra-articulair, (intra-)oculair, perineuraal en epiduraal gebruik.

De totaal toegediende dosis (inclusief gevallen van meerdere toedieningsplaatsen of herhaalde toediening) dient de 10 mg lidocaïne per kg lichaamsgewicht (0,5 ml/kg) bij honden, 6 mg lidocaïne per kg lichaamsgewicht (0,3 ml/kg) bij katten en 4 mg lidocaïne per kg lichaamsgewicht (0,2 ml/kg) bij paarden niet te overschrijden.

In alle gevallen dient de dosis beperkt te worden tot het minimum dat nodig is voor het gewenste effect.

Voor aanvang en duur van het effect, zie rubriek 5.1.

Paarden

Oftalmologische contactanesthesie: 0,4 - 0,5 ml (8 - 10 mg lidocaïne) in de fornix conjunctivae

Anesthesie door infiltratie: 2 - 10 ml (40 - 200 mg lidocaïne) in diverse applicaties

Intra-articulair gebruik: 3 - 50 ml (60 - 1000 mg lidocaïne) afhankelijk van de grootte van het gewricht

Perineurale anesthesie: 4 - 5 ml (80 - 100 mg lidocaïne)

Sacrale of posterieure epidurale anesthesie: 10 ml (200 mg lidocaïne) voor een paard dat 600 kg weegt

Honden, katten

Oftalmologie:

Contactanesthesie: 0,1 - 0,15 ml (2 - 3 mg lidocaïne) in de fornix conjunctivae

Retrobulbaire infiltratie: tot 2 ml (40 mg lidocaïne)

Palpebrale infiltratie: tot 2 ml (40 mg lidocaïne)

Tandheelkunde:

Voor tandextractie: tot 2 ml (40 mg lidocaïne) in het foramen infraorbitale

Anesthesie door infiltratie: multipele injecties van 0,3 - 0,5 ml (6 - 10 mg lidocaïne)

CNK 3720778
Organisaties Ecuphar NV
Merken Lidor
Breedte 55 mm
Lengte 105 mm
Diepte 58 mm
Hoeveelheid verpakking 100
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)