Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale waarschuwingen voor elke doeldiersoort: Schaap Uit de klinische onderzoeken bleek geen bacteriologische genezing bij schapen met acute mastitis veroorzaakt door Staphyloccocus aureus en Mycoplasma agalactiae. Niet toedienen aan lammeren van minder dan 15 kg, omdat er risico op toxiciteit door een overdosis bestaat. Het is belangrijk om de lammeren zorgvuldig te wegen om overdosering te voorkomen. Het gebruik van een spuit van 2 ml of kleiner bevordert een nauwkeurige dosering. Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren: Bij gebruik van het diergeneesmiddel dient rekening gehouden te worden met het officiële, nationale en regionale antimicrobiële beleid. Gebruik geen apparatuur voor automatische injectie, om zelfinjectie te voorkomen. Waar mogelijk moet het gebruik van het diergeneesmiddel gebaseerd zijn op gevoeligheidsbepalingen. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Veiligheidswaarschuwingen voor de gebruiker HET INJECTEREN VAN TILMICOSINE BIJ MENSEN KAN FATAAL ZIJN - WEES UITERST VOORZICHTIG OM ACCIDENTELE ZELFINJECTIE TE VERMIJDEN EN VOLG DE TOEDIENINGSINSTRUCTIES EN DE ONDERSTAANDE RICHTLIJNEN STIPT Dit diergeneesmiddel mag alleen worden toegediend door een dierenarts. Vervoer nooit een met dit diergeneesmiddel gevulde spuit voorzien van een naald. De naald mag niet eerder op de spuit worden gezet dan om de spuit te vullen of de injectie toe te dienen. Houd de spuit en de naald altijd van elkaar gescheiden. Gebruik geen apparatuur/hulpmiddelen voor automatische injectie. Zorg dat de dieren correct vast staan, ook de dieren in de directe omgeving. Werk niet alleen als u dit diergeneesmiddel gebruikt. In geval van zelfinjectie dient ONMIDDELLIJK EEN ARTS TE WORDEN GERAADPLEEGD en hem de bijsluiter te worden getoond of de flacon. Leg een koud kompres (geen ijs rechtstreeks) op de injectieplaats. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen voor de gebruiker: • Aanraking met de huid en de ogen vermijden. Eventuele spetters op de huid of in de ogen onmiddellijk met water spoelen. • Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid. Handen wassen na gebruik. OPMERKING VOOR DE ARTS INJECTIE VAN TILMICOSINE BIJ MENSEN IS IN VERBAND GEBRACHT MET STERFGEVALLEN. Het cardiovasculaire systeem is het doelwit van de toxiciteit en deze toxiciteit kan te wijten zijn aan de blokkade van calciumkanalen. Intraveneuze toediening van calciumchloride mag alleen overwogen worden als blootstelling aan tilmicosine met zekerheid is bevestigd. In studies met honden induceerde tilmicosine een negatief inotroop effect met een daaropvolgende tachycardie en een daling van de systemische arteriële bloeddruk en de arteriële polsdruk. DIEN GEEN ADRENALINE OF BETA-ADRENERGE ANTAGONISTEN ALS PROPRANOLOL TOE. Bij varkens versterkt adrenaline de door tilmicosine geïnduceerde letaliteit. Bij honden bleek intraveneuze toediening van calciumchloride een positief effect op de inotrope status van het linker ventrikel en ook te leiden tot enige verbetering in de vasculaire bloeddruk en tachycardie. Preklinische gegevens en een geïsoleerde klinische melding doen vermoeden dat infusie van calciumchloride kan helpen om de door tilmicosine geïnduceerde veranderingen in de bloeddruk en hartslag bij mensen om te keren. Toediening van dobutamine moet ook worden overwogen vanwege het positieve inotrope effect, hoewel dit de tachycardie niet beïnvloedt. Aangezien tilmicosine een aantal dagen in de weefsels aanwezig blijft, moet het cardiovasculaire systeem zorgvuldig bewaakt en ondersteunend behandeld worden. Artsen die patiënten behandelen die aan dit diergeneesmiddel zijn blootgesteld, wordt aangeraden de klinische behandeling te bespreken met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum op: tel: 070 245 245.
Rund
Behandeling van luchtwegaandoeningen bij het rund geassocieerd met Mannheimia haemolytica en Pasteurella multocida.
Behandeling van interdigitale necrobacillosis.
Schaap
Behandeling van luchtweginfecties veroorzaakt door Mannheimia haemolytica en Pasteurellamultocida.
Behandeling van rotkreupel bij het schaap veroorzaakt door Dichelobacter nodosus en Fusobacteriumnecrophorum.
Behandeling van acute mastitis bij het schaap veroorzaakt door Staphylococcus aureus enMycoplasma agalactiae.
Tilmicosine 300 mg/ml
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Bij sommige diersoorten werden er interacties tussen macroliden en ionoforen waargenomen.
Een zachte, diffuse zwelling op de injectieplaats kan zeer zelden voorkomen, maar deze verdwijnt binnen vijf tot acht dagen. Decubitus, gebrek aan coördinatie en stuipen zijn waargenomen in zeldzame gevallen.
Overgevoeligheidsreacties kunnen voorkomen in zeer zeldzame gevallen. Dergelijke reacties kunnen anaphylaxis inhouden, wat levensbedreigend kan zijn. Indien dergelijke reacties plaatsvinden, wordt een gepaste behandeling aanbevolen. Sterfte kan voorkomen in zeer zeldzame gevallen.
De frequentie van bijwerkingen wordt als volgt gedefinieerd: - Zeer vaak (meer dan 1 op de 10 behandelde dieren vertonen bijwerking(en)) - Vaak (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 100 behandelde dieren) - Soms (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 1.000 behandelde dieren) - Zelden (meer dan 1 maar minder dan 10 van de 10.000 behandelde dieren) - Zeer zelden (minder dan 1 van de 10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde rapporten)
Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het diergeneesmiddel niet werkzaam is, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.
Niet intraveneus toedienen. Niet intramusculair toedienen. Niet gebruiken bij lammeren van minder dan 15 kg. Niet gebruiken bij primaten. Niet gebruiken bij varkens. Niet gebruiken bij paarden en ezels. Niet gebruiken bij geiten. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.
Dracht: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet vastgesteld tijdens de dracht. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten/risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.
UITSLUITEND BESTEMD VOOR SUBCUTANE INJECTIE. Gebruik 10 mg tilmicosine per kg lichaamsgewicht (overeenkomend met 1 ml Micotil per 30 kg lichaamsgewicht). Rund: Wijze van toediening: Zuig de vereiste dosis op uit de injectieflacon en verwijder de naald van de spuit. Laat de naald in de injectieflacon. Laat, als een groep dieren moet worden behandeld, de naald in de injectieflacon om de volgende doses op te zuigen. Zet het dier vast en breng een afzonderlijke naald subcutaan in op de injectieplaats bij voorkeur in een huidplooi op de ribben achter de schouder. Zet de spuit op de naald en injecteer onder in de huidplooi. Injecteer niet meer dan 20 ml per injectieplaats. Schaap: Wijze van toediening: Het is belangrijk om de lammeren zorgvuldig te wegen om een overdosis te voorkomen. Het gebruik van een spuit van 2 ml of kleiner bevordert een nauwkeurige dosering. Zuig de vereiste dosis op uit de injectieflacon en verwijder de naald van de spuit. Laat de naald in de injectieflacon. Zet het schaap vast, terwijl u zich over het dier heen buigt en breng een afzonderlijke naald subcutaan in op de injectieplaats bij voorkeur in een huidplooi op de ribben achter de schouder. Zet de spuit op de naald en injecteer onder in de huidplooi. Injecteer niet meer dan 2 ml per injectieplaats.
| CNK | 1163542 |
|---|---|
| Organisaties | Elanco Animal Health |
| Breedte | 45 mm |
| Lengte | 85 mm |
| Diepte | 45 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 50 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |