Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale waarschuwingen: Om de diagnose van PPID vast te stellen, dienen geschikte endocrinologische laboratoriumtests evenals een evaluatie van de klinische symptomen te worden uitgevoerd. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Aangezien het merendeel van de PPID gevallen wordt gediagnosticeerd bij oudere paarden, zijn er vaak andere pathologische processen aanwezig. Zie rubriek "Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen" voor monitoring en frequentie van testen. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Pergolide kan, net als andere ergotderivaten, braken, duizeligheid, lethargie of lage bloeddruk veroorzaken. Ernstige bijwerkingen, zoals collaps zijn waargenomen. Ingestie kan schadelijk zijn en gepaard gaan met ernstige bijwerkingen, vooral bij kinderen of mensen met bestaande hartaandoeningen. Neem het diergeneesmiddel niet in. Om het risico op accidentele ingestie te voorkomen: - Bewaar en hanteer dit diergeneesmiddel apart van geneesmiddelen voor humaan gebruik en hanteer het met grote zorg. - Tabletten die klaargemaakt zijn voor toediening, moeten onmiddellijk worden toegediend en mogen niet onbeheerd worden achtergelaten. In geval van accidentele ingestie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Vermijd het besturen of bedienen van machines na ingestie van dit diergeneesmiddel. Kinderen dienen niet in contact te komen met dit diergeneesmiddel. Na het breken kan dit diergeneesmiddel oogirritatie, een irriterende geur of hoofdpijn opwekken. Minimaliseer het blootstellingsrisico wanneer u de tabletten breekt. Tabletten mogen niet worden verpulverd. Vermijd contact met de ogen en inhalatie bij het hanteren van de tabletten. Personen met een bekende overgevoeligheid voor pergolide of andere ergotderivaten moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden en mogen het niet toedienen. Zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, moeten handschoenen dragen tijdens de toediening van het diergeneesmiddel. Was in geval van huidcontact de blootgestelde huid met water. Spoel bij blootstelling van de ogen aan pergolide het aangedane oog onmiddellijk uit met water en raadpleeg een arts. Ga bij irritatie van de neus naar een omgeving met frisse lucht en raadpleeg een arts als er zich ademhalingsproblemen ontwikkelen. Was de handen na gebruik. Speciale voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van het milieu: Niet van toepassing. Dracht: Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten/risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. De veiligheid van dit diergeneesmiddel is niet bewezen bij drachtige merries. Uit laboratoriumonderzoek bij muizen en konijnen zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene effecten. Bij een dosering van 5,6 mg/kg lichaamsgewicht per dag werd bij muizen een verminderde vruchtbaarheid waargenomen. Lactatie: Gebruik bij lacterende paarden wordt niet aanbevolen, omdat de veiligheid van dit diergeneesmiddel tijdens de lactatie niet is bewezen. Bij muizen werden het lagere lichaamsgewicht en overlevingspercentage van de nakomelingen toegeschreven aan de farmacologische inhibitie van de prolactinesecretie welke resulteerde in een ontregelde melkgift. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Gebruik het diergeneesmiddel voorzichtig indien het tegelijk wordt toegediend met andere diergeneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de eiwitbinding beïnvloeden. Niet gelijktijdig toedienen met dopamine antagonisten, zoals neuroleptica (fenothiazines, zoals acepromazine), domperidon of metoclopramide, omdat deze diergeneesmiddelen de effectiviteit van pergolide kunnen verminderen. Overdosering: Er is geen klinische ervaring met hoge overdosering.
Voor de symptomatische behandeling van klinische symptomen geassocieerd met Pituitary ParsIntermedia Dysfunction (PPID) (bekend als ziekte van Cushing bij paarden).
Per tablet: 1,0 mg pergolide (als pergolidemesilaat 1,31 mg).
Roze, rechthoekige tablet met een breukstreep, aan één kant gegraveerd met het Boehringer Ingelheim logo en de letters "PRD". De tabletten kunnen in twee gelijke delen worden gedeeld.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:
Gebruik het diergeneesmiddel voorzichtig indien het tegelijk wordt toegediend met andere diergeneesmiddelen waarvan bekend is dat ze de eiwitbinding beïnvloeden.
Niet gelijktijdig toedienen met dopamine antagonisten, zoals neuroleptica (fenothiazines, zoals acepromazine), domperidon of metoclopramide, omdat deze diergeneesmiddelen de effectiviteit van pergolide kunnen verminderen.
Bijsluiter – NL versie PRASCEND 1 MG Paard (niet-voedselproducerend): Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Verminderde eetlust: anorexie1, lethargie1 Aandoeningen van het centrale zenuwstelsel (bijv. depressie van het centraal zenuwstelsel en ataxie (verminderde coördinatie)) 2 Diarree, koliek 1 Voorbijgaand 2 Mild Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Zweten Bij tekenen van dosis-intolerantie dient de behandeling voor 2 tot 3 dagen te worden gestaakt en daarna met een gehalveerde dosis te worden voortgezet. De totale dagelijkse dosering kan dan weer worden verhoogd met stappen van 0,5 mg elke 2 tot 4 weken totdat het gewenste klinische effect wordt bereikt. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem : adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of andere ergotderivaten of één van de hulpstoffen.
Niet gebruiken bij paarden jonger dan 2 jaar.
Dracht: Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten/risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. De veiligheid van dit diergeneesmiddel is niet bewezen bij drachtige merries. Uit laboratoriumonderzoek bij muizen en konijnen zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene effecten. Bij een dosering van 5,6 mg/kg lichaamsgewicht per dag werd bij muizen een verminderde vruchtbaarheid waargenomen. Lactatie: Gebruik bij lacterende paarden wordt niet aanbevolen, omdat de veiligheid van dit diergeneesmiddel tijdens de lactatie niet is bewezen. Bij muizen werden het lagere lichaamsgewicht en overlevingspercentage van de nakomelingen toegeschreven aan de farmacologische inhibitie van de prolactinesecretie welke resulteerde in een ontregelde melkgift.
Oraal gebruik.
Dien het diergeneesmiddel eenmaal daags toe. Om de toediening te vergemakkelijken kan de benodigde dagelijkse dosering in een kleine hoeveelheid water worden gedaan en/of worden gemengd met stroop of een andere zoetstof en te worden geschud totdat alles is opgelost. In dit geval dienen de opgeloste tabletten te worden toegediend met een spuit. Dien de totale hoeveelheid onmiddellijk toe.
Tabletten mogen niet worden verpulverd.
Het diergeneesmiddel niet gebruiken indien u zichtbare tekenen van bederf opmerkt of als de blister beschadigd is.
| CNK | 2978187 |
|---|---|
| Organisaties | Boehringer Ingelheim Animal Health |
| Merken | Boehringer |
| Breedte | 85 mm |
| Lengte | 125 mm |
| Diepte | 40 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |