Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker. Dit kan even duren.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
Speciale waarschuwingen: In overeenstemming met "good veterinary practice", wordt aanbevolen om alle dieren van 6 maanden of ouder die leven in landen waar een vector aanwezig is, te testen op bestaande infecties met volwassen hartworm voordat preventief gebruik van het diergeneesmiddel wordt gestart. Dit diergeneesmiddel is niet werkzaam tegen volwassen D. immitis. De toediening aan dieren met volwassen hartworminfectie leidde niet tot bezorgdheid over de veiligheid. Hoewel niet routinematig geïndiceerd, dienen in individuele gevallen de potentiële voordelen van het uitvoeren van periodieke testen voor hartworminfectie overwogen te worden door de behandelende dierenarts. Teken moeten begonnen zijn met voeden op de gastheer om blootgesteld te worden aan sarolaner; de overdracht van teekgebonden infectieziekten kan daarom niet worden uitgesloten. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Gebruik van dit diergeneesmiddel is geïndiceerd bij katten van ten minste 8 weken oud met een lichaamsgewicht van minimaal 1,25 kg. Dit diergeneesmiddel mag uitsluitendn op het huidoppervlakte worden aangebracht. Niet oraal of parenteraal toedienen. Niet toedienen als de vacht van het dier nat is. Voor de behandeling van oormijt: niet direct in het oorkanaal toedienen. Het is belangrijk de dosis toe te dienen zoals voorgeschreven om te voorkomen dat het dier het diergeneesmiddel oplikt en binnenkrijgt. Als significante ingestie optreedt, kunnen voorbijgaande gastro-intestinale effecten zoals speekselvloed, braken, zachte ontlasting of verminderde voedselinname worden waargenomen, gewoonlijk verdwijnen deze zonder behandeling. Houd behandelde dieren weg bij open vuur en andere ontstekingsbronnen gedurende ten minste 30 minuten of totdat de vacht droog is. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Het diergeneesmiddel is schadelijk na ingestie. Bewaar het diergeneesmiddel tot aan het gebruik in de originele verpakking, om te voorkomen dat kinderen directe toegang tot het diergeneesmiddel krijgen. Gebruikte pipetten dienen onmiddellijk te worden weggegooid. In geval van accidentele ingestie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Het diergeneesmiddel kan oogirritatie veroorzaken. Vermijd contact met de ogen alsook hand�oogcontact. Vermijd direct contact met behandelde dieren tot de plaats van toediening droog is. Na gebruik handen wassen en als het diergeneesmiddel met de huid in aanraking is gekomen, het getroffen gebied onmiddellijk met water en zeep wassen. In geval van accidentele blootstelling van de ogen, de ogen onmiddellijk spoelen met water en onmiddellijk een arts raadplegen en de bijsluiter of het etiket tonen. Personen met een gevoelige huid of bekende allergie voor dit type diergeneesmiddelen dienen het diergeneesmiddel met voorzichtigheid te hanteren. Kinderen mogen niet met behandelde katten spelen tot 4 uur na behandeling. Het wordt aangeraden om dieren in de avond te behandelen. Op de dag van de behandeling, mogen behandelde dieren niet in hetzelfde bed slapen als hun eigenaar, zeker niet bij kinderen. licht ontvlambaar brandbaar. Vermijd hitte, vonken, open vuur of andere onstekingsbronnen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor de bescherming van het milieu: Het diergeneesmiddel dient niet in het oppervlaktewater terecht te komen, aangezien dit gevaarlijk kan zijn voor vissen en andere waterorganismen.
Voor katten met, of die het risico lopen op, gemengde parasitaire infestaties door teken en vlooien,
luizen, mijten, gastro-intestinale nematoden of hartworm. Het diergeneesmiddel is uitsluitend
geïndiceerd wanneer tegelijkertijd toepassing tegen teken én een of meerdere van de andere
doelparasieten aangewezen is.
Ectoparasieten:
- Voor de behandeling en preventie van vlooieninfestaties (Ctenocephalides spp.). Het
diergeneesmiddel heeft een onmiddellijke en aanhoudende vlo-dodende werking tegen nieuwe
infestaties gedurende 5 weken. Het diergeneesmiddel doodt volwassen vlooien voordat ze eitjes
leggen gedurende 5 weken. Door de ovicide en larvicide werking kan het diergeneesmiddel
helpen bij de bestrijding van in de omgeving aanwezige vlooieninfestaties in ruimtes waar het
dier mag komen.
- Het diergeneesmiddel kan gebruikt worden als onderdeel van een behandelstrategie tegen
vlooienallergiedermatitis (VAD).
Behandeling van tekeninfestaties. Het diergeneesmiddel heeft een onmiddellijke en
aanhoudende acaricide werking gedurende 5 weken tegen Ixodes ricinus en Ixodes hexagonus
en 4 weken tegen Dermacentor reticulatus en Rhipicephalus sanguineus.
- Behandeling van oormijten (Otodectes cynotis).
- Behandeling van infestaties met bijtende luizen (Felicola subrostratus).
Teken moeten aanhechten aan de gastheer en beginnen met voeden om aan sarolaner te worden
blootgesteld.
Nematoden:
- Behandeling van volwassen rondwormen (Toxocara cati) en volwassen intestinale haakwormen
(Ancylostoma tubaeforme).
- Preventie van hartwormziekte veroorzaakt door Dirofilaria immitis indien maandelijks
toegediend.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Tijdens klinische veldproeven werden geen interacties waargenomen tussen dit diergeneesmiddel en routinematig gebruikte diergeneesmiddelen.
Kat: Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Pruritus (jeuk) op de toedieningsplaats1, alopecia (haarverlies) op de toedieningsplaats2 Erytheem (roodheid)2 Kwijlen2 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Convulsies3, ataxie (incoördinatie)3 Braken3, diarree3 1 mild en voorbijgaand. 2 mild tot matig. 3 meestal van voorbijgaande aard. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: {gegevens van het nationale systeem}.
Niet gebruiken bij zieke katten of katten die verzwakt zijn en ondergewicht hebben (voor grootte en leeftijd). Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.
Dracht, lactatie en vruchtbaarheid: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens de dracht en lactatie of bij fokdieren. Selamectine wordt echter beschouwd als veilig voor gebruik bij fok-, drachtige en lacterende katten. Hoewel de veiligheid van sarolaner niet bepaald is bij fok-, drachtige of lacterende katten, zijn uit laboratoriumonderzoeken met sarolaner bij ratten en konijnen geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene effecten. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.
Lichaamsgewicht van de kat (kg) Pipet inhoud (ml) Sterkte en aantal toe te dienen pipetten 15 mg/2,5 mg (gele dop) 30 mg/5 mg (oranje dop) 60 mg/10 mg (groene dop) ≤2,5 0,25 1
2,5–5 0,5 1 5–10 1 1 10 Juiste combinatie van pipetten
Vlooien en teken Voor optimale controle van teken- en vlooieninfestaties dient het diergeneesmiddel gedurende het vlooien- en/of tekenseizoen continu met maandelijkse intervallen te worden toegediend, gebaseerd op de lokale epidemiologische situatie. Na toediening van het diergeneesmiddel worden de volwassen vlooien op het dier binnen 24 uur gedood, worden er geen levensvatbare eitjes geproduceerd, en larven (die alleen aanwezig zijn in de omgeving) worden eveneens gedood. Dit maakt een einde aan de vermenigvuldiging van de vlooien, doorbreekt de levenscyclus van de vlo en kan helpen bij de bestrijding van in de omgeving aanwezige vlooieninfestaties in ruimtes waar het dier mag komen.
Preventie van hartwormziekte Het diergeneesmiddel kan het hele jaar door toegediend worden of ten minste binnen een maand nadat het dier voor het eerst aan muggen is blootgesteld en daarna iedere maand tot het einde van het muggenseizoen. De laatste dosis dient gegeven te worden binnen een maand na de laatste blootstelling aan muggen. Indien een dosis gemist wordt en de tussenperiode van een maand overschreden wordt zal onmiddellijke toediening van het diergeneesmiddel en hervatting van de maandelijkse dosering de kans op de ontwikkeling van volwassen hartwormen minimaliseren. De eerste dosis van het diergeneesmiddel moet, wanneer het een ander diergeneesmiddel in een programma ter voorkoming van hartwormziekte vervangt, binnen een maand na de laatste dosis van het vorige diergeneesmiddel gegeven worden.
Behandeling van rondworm- en haakworminfecties Een enkelvoudige dosis van het diergeneesmiddel dient te worden toegediend. De noodzaak voor en frequentie van herbehandeling dient overeen te komen met het advies van de voorschrijvende dierenarts.
Behandeling van bijtende luizen Een enkelvoudige dosis van het diergeneesmiddel dient te worden toegediend.
Behandeling van oormijten Een enkelvoudige dosis van het diergeneesmiddel dient te worden toegediend. Controle door de dierenarts 30 dagen na behandeling wordt aanbevolen om te bepalen of een tweede toediening nodig is.
Behandeling van notoedrische schurft Een enkelvoudige dosis van het diergeneesmiddel dient te worden toegediend.
| CNK | 3719663 |
|---|---|
| Organisaties | Zoetis Belgium |
| Breedte | 111 mm |
| Lengte | 178 mm |
| Diepte | 35 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |