Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker. Dit kan even duren.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
Per capsule: 30 mg trilostane. Harde gelatinecapsules met een ivoorkleurig lichaam en een zwart kapsel, met daarop 'VETORYL 30 mg' gedrukt.
Als uw hond met enige andere medicatie wordt behandeld, raadpleeg dan uw dierenarts voordat u het diergeneesmiddel gebruikt. Als uw hond nog aan andere ziekten lijdt, met name een leveraandoening, nieraandoening, anemie of diabetes mellitus, moet u uw dierenarts daarvan in kennis stellen. Als u voornemens heeft om met uw hond te fokken of als uw hond drachtig is of zoogt, moet u uw dierenarts daarvan in kennis stellen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Een juiste diagnose van hyperadrenocorticisme is essentieel. Als er geen zichtbare respons is op de behandeling, moet de diagnose opnieuw worden geëvalueerd. Een verhoging van de dosis kan noodzakelijk zijn. Dierenartsen moeten zich ervan bewust zijn dat honden met hyperadrenocorticisme een verhoogd risico lopen op pancreatitis. Dit risico neemt mogelijk niet af na behandeling met trilostane. Het diergeneesmiddel moet uiterst voorzichtig worden gebruikt bij honden met een reeds bestaande anemie aangezien een verdere verlaging van de hematocriet en hemoglobine kunnen optreden. Monitoring moet regelmatig gebeuren. Aangezien de meeste gevallen van hyperadrenocorticisme worden gediagnosticeerd bij honden tussen 10 en 15 jaar, zijn vaak ook andere ziektebeelden aanwezig. Het is vooral belangrijk om gevallen te onderzoeken op primaire leveraandoeningen en nierinsufficiëntie gezien het product in die gevallen gecontra-indiceerd is. De gelijktijdige aanwezigheid van diabetes mellitus en hyperadrenocorticisme vereist specifieke opvolging. Als een dier al eerder behandeld werd met mitotane, zal zijn bijnierfunctie verminderd zijn. Veldonderzoeken suggereren dat er een interval van ten minste een maand moet verlopen tussen het stoppen met mitotane en het starten met trilostane. Een nauwlettende opvolging van de bijnierfunctie wordt aangeraden gezien honden gevoeliger kunnen zijn voor de effecten van trilostane. Tijdens de behandeling moet er een nauwlettende opvolging gebeuren. Speciale aandacht moet uitgaan naar leverenzymen, elektrolyten, ureum en creatinine. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Trilostane kan de synthese van testosteron verminderen en heeft anti-progesteron eigenschappen. Vrouwen die zwanger zijn of zwanger willen worden, moeten het aanraken van de capsules vermijden. Was de handen met zeep en water na accidentele blootstelling en na gebruik. De inhoud van de capsules kan irritatie van de huid en van de ogen en overgevoeligheid veroorzaken. De capsules mogen niet gedeeld of geopend worden: in geval van accidenteel breken van de capsules en contact van de granules met de ogen of de huid dient er onmiddellijk met veel water te worden gespoeld. Als de irritatie aanhoudt, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. In geval van accidentele ingestie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. Personen met een bekende overgevoeligheid voor trilostane of één van de hulpstoffen moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. Dracht en lactatie: Niet gebruiken bij drachtige of zogende teven. Vruchtbaarheid: Niet gebruiken bij fokdieren. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: De mogelijkheid van interacties met andere geneesmiddelen is niet specifiek onderzocht. Aangezien hyperadrenocorticisme doorgaans optreedt bij oudere honden, zullen vele ook gelijktijdig andere medicatie krijgen. In klinische onderzoeken werden geen interacties waargenomen. Er moet rekening worden gehouden met het risico op ontwikkeling van hyperkaliëmie als trilostane wordt gebruikt samen met kaliumsparende diuretica of ACE-inhibitoren. Het gelijktijdige gebruik van deze middelen mag alleen overwogen worden na een baten-risico analyse door de dierenarts, aangezien enkele gevallen van fatale afloop werden gemeld (waaronder plotselinge dood) bij honden die gelijktijdig werden behandeld met trilostane en een ACE-inhibitor. Overdosering: Overdosering kan de oorzaak zijn van verschijnselen van hypoadrenocorticisme. De behandeling moet stopgezet worden en een ondersteunende behandeling, met inbegrip van corticosteroïden, correctie van een imbalans van elektrolyten en toediening van vocht kan aangewezen zijn, afhankelijk van de klinische verschijnselen. Er waren geen gevallen van fatale afloop na chronische toediening van 32 mg/kg aan gezonde honden. Fatale afloop werd echter wel gezien bij herhaaldelijke toediening van hogere doses (40-67 mg/kg/dag) aan gezonde honden. In geval van acute overdosering kan de inductie van emesis, gevolgd door de toediening van actieve kool, nuttig zijn. Een iatrogene bijnierschorsinsufficiëntie is normaal snel omkeerbaar na het stopzetten van de behandeling. Bij een klein aantal honden kunnen de effecten evenwel langduriger zijn. Symptomatische behandeling of een gepaste vervangende therapie dient te worden gestart. Na een onderbreking van de toediening van trilostane gedurende één week, moet de behandeling hervat worden met een lagere dosering.
Voor de behandeling van hypofyseafhankelijk en bijnierafhankelijk hyperadrenocorticisme (de ziekte en het syndroom van Cushing).
Per capsule: 30 mg trilostane.
Harde gelatinecapsules met een ivoorkleurig lichaam en een zwart kapsel, met daarop 'VETORYL 30 mg' gedrukt.
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:
De mogelijkheid van interacties met andere geneesmiddelen is niet specifiek onderzocht.
Aangezien hyperadrenocorticisme doorgaans optreedt bij oudere honden, zullen vele ook gelijktijdig andere medicatie krijgen. In klinische onderzoeken werden geen interacties waargenomen.
Er moet rekening worden gehouden met het risico op ontwikkeling van hyperkaliëmie als trilostane wordt gebruikt samen met kaliumsparende diuretica of ACE-inhibitoren. Het gelijktijdige gebruik van deze middelen mag alleen overwogen worden na een baten-risico analyse door de dierenarts, aangezien enkele gevallen van fatale afloop werden gemeld (waaronder plotselinge dood) bij honden die gelijktijdig werden behandeld met trilostane en een ACE-inhibitor.
Hond: Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Lethargiea,b, anorexie (verlies van eetlust)a,b Brakena,b, diarreea,b Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Hypoadrenocorticismec Hypersalivatie (toegenomen speekselvorming)d, opgeblazend Ataxie (ongecoördineerd)d, spiertremord Huidaandoeningend Nierinsufficiëntiee Artritise Zwaktea,b Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Adrenale necrosef Plotselinge dood a geassocieerd met iatrogeen hypoadrenocorticisme, vooral wanneer de monitoring niet adequaat is; doorgaans omkeerbaar binnen een wisselende periode na het stopzetting van de behandeling. b waargenomen bij honden behandeld met trilostane in afwezigheid van aangetoond hypoadrenocorticisme. c met inbegrip van een acute crisis van de ziekte van Addison (collaps). d mild. e onthuld door behandeling met het diergeneesmiddel wegens een daling van de concentraties van endogene corticosteroïden. f kan resulteren in hypoadrenocorticisme. Een corticosteroïddervingssyndroom of hypocortisolemie moet onderscheiden worden van hypoadrenocorticisme door een evaluatie van de elektrolyten in het serum. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be
Niet gebruiken bij honden met een gewicht van minder dan 3 kg.
Niet gebruiken bij dieren die lijden aan een primaire leveraandoening en/of nierinsufficiëntie.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.
Dracht en lactatie: Niet gebruiken bij drachtige of zogende teven. Vruchtbaarheid: Niet gebruiken bij fokdieren.
Voor oraal gebruik. De startdosering voor de behandeling is ongeveer 2 mg/kg, afhankelijk van de beschikbare combinaties van capsules. Eenmaal daags met voeding toedienen. Om een juiste dosering te waarborgen dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk bepaald te worden. Bepaal de dosis volgens de individuele respons zoals vastgesteld door middel van de monitoring (zie hieronder). Indien een dosisverhoging nodig is, gebruik dan combinaties van capsules om de dosis, die één maal per dag wordt verstrekt, langzaam te verhogen. Een grote keuze aan capsules van verschillende sterktes maakt het mogelijk om een optimale dosering te vinden voor de individuele hond. Dien de laagst mogelijke dosering toe om klinische verschijnselen onder controle te houden.
| CNK | 2314425 |
|---|---|
| Organisaties | Dechra veterinary products |
| Breedte | 63 mm |
| Lengte | 114 mm |
| Diepte | 38 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |